fbpx

5 strategieën om emotionele uitbarstingen te stoppen, voordat ze beginnen

Alle ouders maken het wel eens mee:

Je bent aan het boodschappen doen in een volle supermarkt.
“Mama, mag ik chocola?”
“Nee schat, vandaag niet.”

Of je bent in de speeltuin en het is tijd om te gaan.
Maar je kind heeft geen zin…

Het is bedtijd en je vraagt of je kind wil gaan tandenpoetsen. Maar je kind is moe, overprikkeld en wil blijven spelen…

Je ziet het gezicht van je kind en voelt de bui al aankomen:

De heftige emotionele uitbarsting.

Je kunt je op die momenten behoorlijk hulpeloos voelen als ouder.
Maar, gelukkig kun je er wel wat aan doen 🙂

Hier zijn 5 strategieën om uitbarstingen te stoppen, voordat ze beginnen:

1. Zorg ervoor dat het Aandacht-balkje opgeladen is

Ken je het computerspel ‘The Sims?’ In dat spel heeft elk poppetje een aantal balkjes met verschillende behoeftes. Als de balkjes vol zitten (je sim is uitgerust, heeft genoeg gegeten, voelt zich schoon, etc) dan is je Sim happy en groen. Als de balkjes te ver leeglopen dan worden ze ongelukkig en boos.

Je kind heeft 2 balkjes die heel belangrijk zijn. Als die opgeladen zijn dan is het makkelijk voor je kind om happy en rustig te zijn. Als ze leeg zijn dan wordt je kind overstuur, boos of laat ‘vervelend’ gedrag zien.

Ik noem het wel vaker, maar het is gewoon erg belangrijk en handig om te weten 🙂

De eerste is het ‘aandachtsbalkje’

Een kind wat niet genoeg echte aandacht en connectie voelt, gaat daar om vragen.
Meestal niet op een fijne manier en meestal niet op een moment dat het ons goed uitkomt.
Vaak als een kind moe is of moet meewerken bijvoorbeeld.
En vaak leidt dat tot emotionele uitbarstingen.

Neem elke dag echt even de tijd voor je kind. Één op één. Het mooie is: je hoeft er alleen maar te zijn. Laat je kind zelf uitkiezen wat het met jou wil doen.

Zorg er voor dat je er ook echt helemaal bent.
Dus telefoon weg en geen boodschappenlijstjes maken in je hoofd 😉

10-15 minuten per dag is genoeg.

Hoewel het een beetje kan verschillen per kind, per leeftijd en hoe je kind zich voelt die dag. Als je kind overprikkels is of jullie hebben een beetje een botsing gehad bijvoorbeeld, dan kan het fijn zijn om wat extra oplaadtijd te hebben. 


2. Zorg ervoor dat het Autonomie-balkje opgeladen is

Autonomie is het tweede balkje wat belangrijk is. Ieder kind, elk mens, heeft de behoefte aan een zekere mate van invloed en controle over zijn of haar leven.

Als je een peuter hebt, een tiener en/of een kind met een sterke wil, dan is die behoefte nog groter.

Autonomie betekent niet dat je je kind ten alle tijden alle keuzes zelf laat maken. Dat is veel te veel verantwoordelijkheid, voelt niet veilig voor een kind en gaat waarschijnlijk erg botsen met jouw grenzen en huisregels 😉

Een kind wat te weinig positieve invloed voelt over zijn leven, gaat die behoefte proberen te voldoen op manieren die wij vaak minder fijn vinden: Negatieve invloed uitoefenen.
Tegenwerken, Nee zeggen, op je knopjes drukken, drammen en zeuren.

En vaak leidt dat tot emotionele uitbarstingen…

Laat je kind iets kiezen wat het wil doen samen met jou en volg je kind. Dan heb je de behoefte aan aandacht en aan autonomie tegelijk. We noemen het hier bonus-tijd. Het betekent dat je mijn volle aandacht hebt en dat we spelen wat jij wil.

Andere manieren om je kind invloed te geven is het zelf ‘kleine keuzes’ te laten maken afhankelijk van de leeftijd. Welke kleding aan, een keer per week kiezen wat jullie gaan eten – of zelf koken, eventueel met hulp maar onder leiding van je kind, welke route jullie naar school fietsen, welke huishoudelijke klusje je kind doet en wanneer.

Bij jonge kinderen is helemaal vrije keuzes vaak nog te lastig. Je kunt dan een aantal opties geven om uit te kiezen.

3. Bereid je kind voor met duidelijke verwachtingen

Kinderen zijn net als mannen: ze kunnen geen gedachten lezen en als je iets van ze wilt werkt het beter als je dat heel duidelijk benoemd.

(grapje, maar niet helemaal)

Voor kinderen is het fijn als ze weten wat zij kunnen verwachten. En wat jij van ze verwacht.

“We gaan zo naar een verjaardag. Daar zijn veel mensen en veel geluid. Je mag lekker op jezelf spelen of met de andere kinderen en als het even te veel is dan kun je bij mij komen en een hand op mijn been leggen.”

Het voorkomt overprikkeling en uitbarstingen niet altijd, maar het maakt het wel een stuk makkelijker voor kinderen en de kans een stuk kleiner.

Het is sowieso fijn om een signaal af te spreken wanneer je kind zich niet goed voelt. Vaak wordt het dan al lastiger voor een kind om rustig te communiceren. De ‘hand op je been leggen’ werkte altijd heel goed bij ons.

Dat kan ook op school. Sommige scholen gebruiken smileys, stoplichten of dobbelstenen met kleurtjes waarmee kinderen aan kunnen geven hoe ze zich voelen – zonder dat te hoeven benoemen. Zodat een docent dat weet en er rekening mee kan houden.


4. Denk vooruit

De omstandigheden zijn soms gewoon niet ideaal. Soms moet er iets gebeuren op een moment dat het eigenlijk niet uitkomt. Soms is je kind gewoon ‘op’.

Soms lijkt het alsof die momenten gewoon zo maar ontstaan. Maar als je weet welke activiteiten, omstandigheden of momenten lastig zijn – voor je kind of voor jou zelf – dan kan het veel schelen als je een beetje vooruit plant.

En vaak kan dat al met kleine dingen:

Als je kind snel overstuur is bij honger kun je er voor zorgen dat je altijd een gezonde snack in je tas hebt zitten.

Als je kind erg gevoelig is voor de supermarkt prikkels kun je misschien op een ander moment gaan alleen, of boodschappen voor meerdere dagen tegelijk halen.

Als je kind aan het eind van de middag sneller emotioneel is kun je die momenten misschien beter thuis plannen.

Als koken een stressvol moment voor jou is aan het einde van de dag kun je misschien in de ochtend alvast een ovenschaal of hartige taart voorbereiden.

Etc, etc…


5. Help je kind gevoelens te leren herkennen en uitbarstingen zelf aan te voelen komen

Wanneer je kind iets ouder wordt helpt het enorm als je kind zelf gevoelens en spanning leert herkennen. Als je kind doorheeft wanneer hij of zij ‘oranje’ wordt en even een pauze nodig heeft voordat het doorslaat naar ‘rood’.

Je kunt daar al jong mee beginnen door gevoelens te benoemen als je kind ze heeft:

“Zo jij bent boos!”

Als je merkt dat de spanning op begint te lopen bij je kind kun je zelf een pauze voorstellen:

“Ik voel dat ik even een rustige pauze nodig heb, hoe voel jij je?”

Het is sowieso handig om regelmatig je eigen gevoelens te delen en voorbeelden te geven hoe jij daar zelf mee omgaat.

Niet de grote of zware gevoelens natuurlijk. Maar bijvoorbeeld:

“Ik merk dat ik weinig geduld heb. Ik ga even 5 minuten lekker de tuin in opladen.”
“Ik voel irritatie, ik ga even lekker stampen op de vloer.”

Kinderen leren van ons voorbeeld.

Als je zelf alles wegstopt, hoe leert een kind dan gezonde manieren om gevoelens ruimte te geven of hoe je jezelf tot rust kan brengen?

Door deze strategieën te gebruiken kun je vooruit denken en uitbarstingen vaak voorkomen nog voordat ze beginnen. Bovendien zul je gaan merken dat deze simpele strategieën ook een positieve invloed hebben op het gedrag van je kind op andere momenten.

 

Meer ondersteuning

  • Is jouw kind erg gevoelig en snel overprikkeld?
  • Blijft spanning soms dagenlang hangen?
  • Lijken emotionele uitbarstingen soms zo maar uit het niks te komen?

Gevoelige kinderen houden vaak veel spanning vast. Drukke dagen, op school, een emotionele gebeurtenis. Die spanning komt er dan later weer uit -hopelijk. Soms op een moment dat je het helemaal niet zag aankomen. En vaak met een emotionele uitbarsting. 

Als je je kind wilt helpen om emotioneel in balans te zijn, dan is het FreeHappyKids-Programma allicht iets voor jullie.

Daarin leert je gevoelige kind zelf tot rust te komen, gevoelens te herkennen, spanning los te laten, trucjes voor op school en andere drukke momenten, en nog veel meer.

Klik hier om er meer over te lezen

 

Waarom is mijn lieve kind soms zo ontzettend boos, en wat kan ik er aan doen?

Over de 3 belangrijkste oorzaken van boosheid en heftige buien in kinderen. En de eerste stap naar rust en harmonie in je gezin.

In dit artikel deel ik mijn visie op boosheid in kinderen. Om je te helpen begrijpen waarom je anders zo lieve kind soms zo ontzettend boos kan zijn. Waarom het niet persé altijd iets slechts is en wat het allerbelangrijkste is wat je kunt doen voor een kind dat worstelt met boosheid of heftige uitbarstingen.

Vechten, vluchten of bevriezen

Mensen hebben net als dieren een overlevingsmechanisme. Als onze stress-levels te hoog worden en we voelen ons bedreigd reageren we met ‘vechten’, vluchten of bevriezen.

Vaak kennen we alle drie vormen wel: we worden expressief boos, of passief agressief uit verdediging, we lopen weg, trekken ons terug, of we zijn het even helemaal kwijt en durven niks meer te doen of zeggen.

De meeste mensen hebben een voorkeursreactie die o.a. te maken heeft met ons temperament en onze eerdere ervaringen.

Uiteindelijk leren we -hopelijk- zo met onze gevoelens om te gaan dat stress niet zo hoog oploopt dat ons overlevingsmechanisme geactiveerd wordt en we ons veilig genoeg voelen om onze gevoelens er te laten zijn, zonder dat ze ons gedrag overnemen.

Kinderen hebben dezelfde soort reacties bij te veel stress of spanning.

  • Als een kind veel temperament heeft zal het sneller geneigd zijn te ‘vechten’ als het te veel stress ervaart: expressief boos worden, schreeuwen, snauwen, brutaal doen, slaan, met dingen gooien, etc.
  • Kinderen met minder temperament, zullen in eerste instantie sneller geneigd zijn om te ‘vluchten.’ Zich terug te trekken, worden hangerig, trekkerig of om te gaan huilen.
  • En sommige kinderen ‘bevriezen.’ Misschien heb je het wel eens gezien bij je kind. Mijn zoontje doet dat wel eens. Als we een drukke ruimte inlopen met veel mensen dan staat hij soms even bevroren stil en zegt een tijdje helemaal niks meer.

Hoewel alle kinderen, alle drie reacties kunnen vertonen, zul je bij kinderen met veel temperament en een sterke wil sneller ‘problemen’ ervaren met boosheid of agressie. Dit is voor hun de logische overlevingsreactie op te veel spanning. Niet een bewuste keuze.

Wat handig is om hiervan te onthouden

Het belangrijkste om hieruit mee te nemen is dat als je kind eenmaal ‘rood’ is, eenmaal in vechten, vluchten of bevriezen zit, niet meer goed na kan denken en vrij weinig controle heeft over zijn of haar gedrag.

Je lieve, zachte kind is bezig met overleven en kan even niet anders.

Dat wil niet zeggen dat bijvoorbeeld fysiek geweld opeens oké is – maar je kind heeft hier nog weinig controle over en heeft daar hulp bij nodig.

Een kind dat boos is of een heftige uitbarsting heeft voelt zich niet goed

Gevoelige kinderen worden regelmatig overspoeld door prikkels, geluiden, gevoelens en emoties waar ze zich geen raad mee weten. Vooral kinderen met veel temperament, een sterke wil en/of met ouders die zelf nog vanuit een ‘vecht’ overlevingsmechanisme reageren door hun boosheid op de kinderen te richten (schreeuwen, straffen), zijn sneller geneigd om zelf boos te worden als ze met zichzelf in de knoop zitten.

Een kind dat boos is voelt zich niet goed en kan daar nog niet op een andere manier mee omgaan.

Als je je kind in deze situatie kunt zien als onzeker, overspoeld en wanhopig op zoek naar hulp… Als je het gedrag kunt zien als onmacht en angst, dan wordt het al ietsje makkelijker om rustig te blijven. En begrijp je ook waarom straffen, time-outs, en schreeuwen de situatie nooit beter maken. Je kind zal zich dan alleen maar meer onzeker en oncomfortabel voelen, met meer spanning. Wat vervolgens alleen maar meer ‘lastig’ gedrag oproept.


Waar boosheid, wilde buien en heftige uitbarstingen vandaan komen

Een kind dat boos is of een heftige uitbarsting heeft voelt zich dus niet goed. Dat klinkt heel logisch, maar vaak vergeten we het toch even en schieten zelf in een reactie waar we achteraf ook niet echt blij mee zijn.

Heel vaak zit er een andere emotie achter de boosheid.

Dat kan iets eenvoudigs zijn zoals honger of slaap. Soms worstelt het kind met grote gevoelens: verdriet, teleurstelling, afwijzing, schaamte, niet begrepen of gezien worden. Of met te veel spanning die het pas uit op het moment dat het zich veilig voelt. Bij jou.

Hele kleine oorzaken kunnen dan enorme uitbarstingen veroorzaken, omdat er eindelijk ruimte is voor de overweldigende gevoelens en spanning die ergens waren blijven hangen.  Of omdat het gewoon de allerlaatste druppel is en je kind het niet meer binnen kan houden.


De 3 belangrijkste oorzaken van boosheid & uitbarstingen

Dit zijn 3 oorzaken van boosheid, wilde buien & heftige uitbarstingen in gevoelige kinderen die het meest voorkomen.

1. Te veel spanning

De wereld wordt steeds drukker met steeds meer prikkels. Op school, van schermen en geluiden overal, van verwachtingen die we van kinderen hebben… Voor kinderen die alles intens waarnemen en voelen leidt dat soms tot uitdagingen.

Sensitieve kinderen zijn gevoelig voor sfeer, drukte, geluiden of voor heftige emoties – als iemand boos is bijvoorbeeld… Ze pikken overal van alles op en kunnen dat niet altijd makkelijk weer loslaten. Vaak klappen ze dicht, ontploffen op een later moment of kunnen niet goed tot rust komen en in slaap vallen.

Veranderingen en nieuwe situaties kunnen lastig zijn. Sensitieve kinderen zijn gevoeliger voor verwachtingen van anderen omdat ze die zo goed aanvoelen en kunnen veel van zichzelf vragen.

Vervelende gevoelens komen ook veel dieper binnen. Het gevoel niet begrepen te worden, teleurstelling, schaamte, een gevoel van afwijzing – ook als dat niet zo bedoeld was. Die dingen raken gevoelige kinderen extra hard. En als ze nog niet weten hoe ze daar mee om moeten gaan dan kunnen zulke gevoelens lang blijven hangen.

Al die uitdagingen leveren spanning op voor je gevoelige kind

Als je kind deze spanning niet genoeg los kan laten dan kan de spanning oplopen of vast blijven zitten. Als spanning te veel oploopt wordt je kind uiteindelijk ‘rood’ en komt in de overlevingsreactie terecht ‘Vechten, vluchten of bevriezen’. Boze of heftige uitbarstingen dus bijvoorbeeld.

Ook als je kind niet helemaal ‘rood’ wordt leidt te veel spanning tot allerlei vervelende problemen:

  • ‘vervelend’ gedrag, uitdagen, brutaal zijn of negatieve aandacht vragen
  • angstig of emotioneel zijn
  • onzekerheid, perfectionisme of faalangst
  • lastig in slaap vallen, ’s nachts wakker worden of heel vroeg
  • moeilijk zelf tot rust komen
  • uitdagingen in sociale situaties
  • Snel afgeleid of moeite met concentreren op school
  • tics, verstopping, hoofdpijn, buikpijn en allerlei andere lichamelijke klachten

In het FreeHappyKids programma wat ik speciaal ontwikkeld heb voor gevoelige en hoogsensitieve kinderen besteden we hier uitgebreid aandacht aan. In het programma leert je kind krachtige en effectieve tools om o.a. spanning los te laten, om te gaan met (heftige) gevoelens, zelf tot rust te komen. Je kunt er hier meer over lezen als je wilt.

 

2. Gebrek aan verbinding

Aan de veiligheid en volledige acceptatie die kinderen ervaren als ze zich even echt verbonden met je voelen. Als ze je volle aandacht krijgen, en de ruimte die ze dan hebben om helemaal zichzelf te zijn. Als ze zich echt gezien en begrepen voelen.

We zijn vaak druk. We hebben meerdere rollen, soms meerdere kinderen, werk, huishouden, relaties, telefoons die afleiden en veel (gevoelige) mensen vinden het sowieso al lastig om met volle aandacht in het hier en nu te zijn. Maar kinderen hebben een basis behoefte aan kwaliteitsaandacht en verbinding. Vooral als ze ons soms een hele dag niet zien, naar school of opvang gaan. En vooral als we boos zijn geweest of er iets anders gebeurd is wat spannend voor ze was.

Dan moeten ze even weer opladen met echte aandacht om zich weer veilig en ontspannen te voelen. Dat heeft niks te maken met verwennen. Het is iets wat kinderen nodig hebben om te overleven en om emotioneel gezond op te groeien.

Je hoeft kinderen niet 24 uur per dag je volledige aandacht te geven. Maar er is een minimum hoeveelheid aandacht wat elk kind nodig heeft om zich veilig te voelen en ‘opgeladen’ te zijn. En als ze dat niet voldoende krijgen of voelen, gaan ze er om vragen. Vaak op manieren die wij als ‘minder prettig’ ervaren.

 

3. Gebrek aan autonomie

Kinderen willen graag invloed hebben over hun eigen leven. Een zekere mate van controle uit kunnen oefenen. Autonomie hebben dus.

Het leven van een kind wordt voor een heel groot deel door volwassenen bepaald. Waar ze heen gaan, dat ze naar school moeten, wat ze moeten doen op school, wanneer ze naar bed moeten, etc.

Vooral kinderen met een sterke wil of veel temperament hebben een grote behoefte aan autonomie. En (peuter-) pubers. Alle kinderen hebben dat, maar bij deze kinderen merk je het sneller als ze niet genoeg autonomie ervaren. Bij 2-jarigen en bij pubers is het een belangrijke ontwikkelingsfase om hun eigen invloed te ontdekken en vergroten.

“Nou dan werk ik lekker niet mee”

Als kinderen het gevoel hebben dat ze te weinig invloed hebben, gaan ze hun invloed uitoefenen op momenten waar ze dat maar kunnen. En meestal niet op momenten dat jij er op zit te wachten: Lekker niet eten, lekker niet naar de WC, lekker niet gaan slapen, lekker niet m’n jas aantrekken, lekker niet tandenpoetsen, lekker niet meewerken.

Dát zijn de plekken waar je kind invloed kan uitoefenen. Je kunt een kind niet dwingen te eten, of te slapen of z’n tanden te poetsen. Je kunt er over ‘vechten’ en dreigen en straffen of belonen… maar dat is niet de meest effectieve manier, kost veel energie en voelt niet goed.

 

Zorgen dat de aandacht en autonomie balkjes van je kind opgeladen zijn

Ken je het computerspel ‘The Sims?’ In dat spel heeft elk poppetje een aantal balkjes met verschillende behoeftes. Als de balkjes vol zitten (je sim is uitgerust, heeft genoeg gegeten, voelt zich schoon, etc) dan is je Sim happy en groen. Als de balkjes te ver leeglopen dan worden ze ongelukkig en boos.

Je kind heeft 2 balkjes die heel belangrijk zijn. Als die opgeladen zijn dan is het makkelijk voor je kind om happy en rustig te zijn. Als ze leeg zijn dan wordt je kind overstuur, boos of laat ‘vervelend’ gedrag zien.

Dat zijn de balkjes van aandacht en van autonomie: AA

Het belangrijkste wat je als ouder zelf kunt doen om de situatie te veranderen en om je kind te helpen is door regelmatig de aandacht en autonomie balkjes van je kind even helemaal op te laden. Dan heb je 2 van de 3 oorzaken al te pakken.

Als die balkjes vol zijn hoeft je kind niet op negatieve manieren om aandacht te vragen of invloed en controle te zoeken door niet mee te werken.

Neem elke dag echt even de tijd voor je kind. Één op één. Het mooie is: je hoeft er alleen maar te zijn. Kinderen weten vaak precies wat ze het liefste met hun ouders doen. Er zijn geen magische woorden om je kinderen iets extra’s mee te geven. Jouw volledige, onverdeelde aandacht en aanwezigheid is genoeg om je kind helemaal op te laden. Heb plezier samen en lach. Bijkomend groot voordeel is dat je je er zelf vaak ook gelijk beter door voelt.

Je kunt ook voor het slapen gaan in bed, na het boekje lezen, nog even rustig samen kletsen en een aantal minuten even je volledige aandacht aan je kind geven.

 

15 minuten per dag special time om de balkjes op te laden

Als je het graag wilt proberen en een richtlijn zoekt is 15 minuten per dag, per kind een goed uitgangspunt. Deze tijd is dan alleen jullie speciale verbindingstijd en samen eten, naar bed brengen, etc, staan daar los van.

Maar het verschilt per kind en situatie. Als je co-ouder bent bijvoorbeeld kunt je ook een half uur doen op dagen dat je je kind ziet. Of als je kind wat ouder is, elke dag een uur in het weekend. Het een kwestie van uitproberen wat je kind precies nodig heeft om opgeladen te zijn en wat lukt in jullie huishouden.

Laat je kind iets kiezen wat het wil doen samen met jou en volg je kind. Dan heb je de behoefte aan aandacht en aan invloed tegelijk. We noemen het hier bonus-tijd. Het betekend dat je mijn volle aandacht hebt en dat we spelen wat jij wil.

Je kind heeft jouw onverdeelde aandacht en mag kiezen wat jullie gaan doen dus voelt ook gelijk invloed en controle

Andere manieren om je kind invloed te geven is het zelf ‘kleine keuzes’ te laten maken afhankelijk van de leeftijd. Welke kleding het aan doet, een keer per week kiezen wat jullie gaan eten – of zelf koken, eventueel met hulp maar onder leiding van je kind, welke route jullie naar school fietsen, welke huishoudelijke klusje je kind doet en wanneer.

Te veel keuze opties kunnen overweldigend zijn voor een kind. Dus het is handig als je bij ‘kleine keuzes’ een aantal opties aanbied. Hoe jonger je kind is, hoe minder opties.

 

Ik geef m’n kind aandacht en opeens wordt hij/zij toch boos???

Nou kan het zijn dat je net lekker een kwartiertje helemaal met je volle aandacht met je kind gespeeld hebt en je kind vervolgens ontzettend boos wordt als je hier weer mee op wilt houden. Het kan zijn dat je kind dan nog niet volledig is ‘opgeladen’, maar het kan ook zijn dat er nog een groot gevoel ergens onder zat wat er graag uit wou. Vooral als je hier net mee begint.

Als je kind zo boos wordt na het samen spelen kun je je misschien gaan afvragen of je het wel ‘goed’ hebt gedaan, of je kind het spelen met jouw wel waardeert en of het wel ‘zin heeft gehad’. Absoluut wel. Je hebt het zelfs zo goed gedaan en zo’n fijne en veilige omgeving gecreëerd voor je kind, dat eindelijk dat grote gevoel eruit komt. Niks persoonlijks. Je kind voelt zich veilig bij jou, dat is een compliment. Soms vervelend en oncomfortabel voor ons, maar wel iets gezonds. Veel gezonder dan opkroppen.

 

Te veel spanning? Naar school?

Gaat je gevoelige, hoogsensitieve of temperamentvolle kind naar school dan is oplaadtijd als jullie elkaar wel zien extra belangrijk. Maar je kind krijgt dan ook meer last van spanning, prikkels en verwachtingen op school. Net zoals bijvoorbeeld op verjaardagen, feestjes of andere drukke activiteiten.

Daardoor kan de spanning toch flink oplopen en problemen en uitdagingen opleveren voor je kind. Jullie speciale oplaadtijd is dan niet altijd genoeg voor je kind om ontspannen en happy te zijn.

Als je je kind daar praktische en effectieve tools voor wilt meegeven dan raad ik het FreeHappyKids-programma van harte aan.

De heldere uitleg-video’s leren je kind (en jou) om beter te begrijpen wat er allemaal gebeurd als je gevoelig bent. Kinderen herkennen zichzelf daarin en voelen zich beter begrepen en gezien. Bovendien ontdekken ze dat het helemaal niet raar is als je gevoelig bent en dat er heel veel gevoelige kinderen zijn.

In 8 modules met elk diverse tools, energie-oefeningen en meditaties help je je kind om helemaal tot rust te komen, spanning los te laten, om te gaan met heftige gevoelens & lastige situaties en groeit het zelfvertrouwen.

Kinderen leren o.a. ook over hun ‘innerlijke stoplicht’ en gaan steeds beter hun eigen gevoelens en spanningslevel herkennen. Ze ontdekken hoe je kunt merken dat spanning oploopt en wat je dan kunt doen. Zodat ze spanning makkelijker los kunnen laten en minder vaak ‘rood’ of in ‘fight or flight-modus’ komen. En dus minder heftige, ongecontroleerde emotionele reacties hebben.

Je kunt er hier alles over lezen.