fbpx

Waarom is mijn lieve kind soms zo ontzettend boos, en wat kan ik er aan doen?

Over de 3 belangrijkste oorzaken van boosheid en heftige buien in kinderen. En de eerste stap naar rust en harmonie in je gezin.

In dit artikel deel ik mijn visie op boosheid in kinderen. Om je te helpen begrijpen waarom je anders zo lieve kind soms zo ontzettend boos kan zijn. Waarom het niet persé altijd iets slechts is en wat het allerbelangrijkste is wat je kunt doen voor een kind dat worstelt met boosheid of heftige uitbarstingen.

Vechten, vluchten of bevriezen

Mensen hebben net als dieren een overlevingsmechanisme. Als onze stress-levels te hoog worden en we voelen ons bedreigd reageren we met ‘vechten’, vluchten of bevriezen.

Vaak kennen we alle drie vormen wel: we worden expressief boos, of passief agressief uit verdediging, we lopen weg, trekken ons terug, of we zijn het even helemaal kwijt en durven niks meer te doen of zeggen.

De meeste mensen hebben een voorkeursreactie die o.a. te maken heeft met ons temperament en onze eerdere ervaringen.

Uiteindelijk leren we -hopelijk- zo met onze gevoelens om te gaan dat stress niet zo hoog oploopt dat ons overlevingsmechanisme geactiveerd wordt en we ons veilig genoeg voelen om onze gevoelens er te laten zijn, zonder dat ze ons gedrag overnemen.

Kinderen hebben dezelfde soort reacties bij te veel stress of spanning.

  • Als een kind veel temperament heeft zal het sneller geneigd zijn te ‘vechten’ als het te veel stress ervaart: expressief boos worden, schreeuwen, snauwen, brutaal doen, slaan, met dingen gooien, etc.
  • Kinderen met minder temperament, zullen in eerste instantie sneller geneigd zijn om te ‘vluchten.’ Zich terug te trekken, worden hangerig, trekkerig of om te gaan huilen.
  • En sommige kinderen ‘bevriezen.’ Misschien heb je het wel eens gezien bij je kind. Mijn zoontje doet dat wel eens. Als we een drukke ruimte inlopen met veel mensen dan staat hij soms even bevroren stil en zegt een tijdje helemaal niks meer.

Hoewel alle kinderen, alle drie reacties kunnen vertonen, zul je bij kinderen met veel temperament en een sterke wil sneller ‘problemen’ ervaren met boosheid of agressie. Dit is voor hun de logische overlevingsreactie op te veel spanning. Niet een bewuste keuze.

Wat handig is om hiervan te onthouden

Het belangrijkste om hieruit mee te nemen is dat als je kind eenmaal ‘rood’ is, eenmaal in vechten, vluchten of bevriezen zit, niet meer goed na kan denken en vrij weinig controle heeft over zijn of haar gedrag.

Je lieve, zachte kind is bezig met overleven en kan even niet anders.

Dat wil niet zeggen dat bijvoorbeeld fysiek geweld opeens oké is – maar je kind heeft hier nog weinig controle over en heeft daar hulp bij nodig.

Een kind dat boos is of een heftige uitbarsting heeft voelt zich niet goed

Gevoelige kinderen worden regelmatig overspoeld door prikkels, geluiden, gevoelens en emoties waar ze zich geen raad mee weten. Vooral kinderen met veel temperament, een sterke wil en/of met ouders die zelf nog vanuit een ‘vecht’ overlevingsmechanisme reageren door hun boosheid op de kinderen te richten (schreeuwen, straffen), zijn sneller geneigd om zelf boos te worden als ze met zichzelf in de knoop zitten.

Een kind dat boos is voelt zich niet goed en kan daar nog niet op een andere manier mee omgaan.

Als je je kind in deze situatie kunt zien als onzeker, overspoeld en wanhopig op zoek naar hulp… Als je het gedrag kunt zien als onmacht en angst, dan wordt het al ietsje makkelijker om rustig te blijven. En begrijp je ook waarom straffen, time-outs, en schreeuwen de situatie nooit beter maken. Je kind zal zich dan alleen maar meer onzeker en oncomfortabel voelen, met meer spanning. Wat vervolgens alleen maar meer ‘lastig’ gedrag oproept.


Waar boosheid, wilde buien en heftige uitbarstingen vandaan komen

Een kind dat boos is of een heftige uitbarsting heeft voelt zich dus niet goed. Dat klinkt heel logisch, maar vaak vergeten we het toch even en schieten zelf in een reactie waar we achteraf ook niet echt blij mee zijn.

Heel vaak zit er een andere emotie achter de boosheid.

Dat kan iets eenvoudigs zijn zoals honger of slaap. Soms worstelt het kind met grote gevoelens: verdriet, teleurstelling, afwijzing, schaamte, niet begrepen of gezien worden. Of met te veel spanning die het pas uit op het moment dat het zich veilig voelt. Bij jou.

Hele kleine oorzaken kunnen dan enorme uitbarstingen veroorzaken, omdat er eindelijk ruimte is voor de overweldigende gevoelens en spanning die ergens waren blijven hangen.  Of omdat het gewoon de allerlaatste druppel is en je kind het niet meer binnen kan houden.


De 3 belangrijkste oorzaken van boosheid & uitbarstingen

Dit zijn 3 oorzaken van boosheid, wilde buien & heftige uitbarstingen in gevoelige kinderen die het meest voorkomen.

1. Te veel spanning

De wereld wordt steeds drukker met steeds meer prikkels. Op school, van schermen en geluiden overal, van verwachtingen die we van kinderen hebben… Voor kinderen die alles intens waarnemen en voelen leidt dat soms tot uitdagingen.

Sensitieve kinderen zijn gevoelig voor sfeer, drukte, geluiden of voor heftige emoties – als iemand boos is bijvoorbeeld… Ze pikken overal van alles op en kunnen dat niet altijd makkelijk weer loslaten. Vaak klappen ze dicht, ontploffen op een later moment of kunnen niet goed tot rust komen en in slaap vallen.

Veranderingen en nieuwe situaties kunnen lastig zijn. Sensitieve kinderen zijn gevoeliger voor verwachtingen van anderen omdat ze die zo goed aanvoelen en kunnen veel van zichzelf vragen.

Vervelende gevoelens komen ook veel dieper binnen. Het gevoel niet begrepen te worden, teleurstelling, schaamte, een gevoel van afwijzing – ook als dat niet zo bedoeld was. Die dingen raken gevoelige kinderen extra hard. En als ze nog niet weten hoe ze daar mee om moeten gaan dan kunnen zulke gevoelens lang blijven hangen.

Al die uitdagingen leveren spanning op voor je gevoelige kind

Als je kind deze spanning niet genoeg los kan laten dan kan de spanning oplopen of vast blijven zitten. Als spanning te veel oploopt wordt je kind uiteindelijk ‘rood’ en komt in de overlevingsreactie terecht ‘Vechten, vluchten of bevriezen’. Boze of heftige uitbarstingen dus bijvoorbeeld.

Ook als je kind niet helemaal ‘rood’ wordt leidt te veel spanning tot allerlei vervelende problemen:

  • ‘vervelend’ gedrag, uitdagen, brutaal zijn of negatieve aandacht vragen
  • angstig of emotioneel zijn
  • onzekerheid, perfectionisme of faalangst
  • lastig in slaap vallen, ’s nachts wakker worden of heel vroeg
  • moeilijk zelf tot rust komen
  • uitdagingen in sociale situaties
  • Snel afgeleid of moeite met concentreren op school
  • tics, verstopping, hoofdpijn, buikpijn en allerlei andere lichamelijke klachten

In het FreeHappyKids programma wat ik speciaal ontwikkeld heb voor gevoelige en hoogsensitieve kinderen besteden we hier uitgebreid aandacht aan. In het programma leert je kind krachtige en effectieve tools om o.a. spanning los te laten, om te gaan met (heftige) gevoelens, zelf tot rust te komen. Je kunt er hier meer over lezen als je wilt.

 

2. Gebrek aan verbinding

Aan de veiligheid en volledige acceptatie die kinderen ervaren als ze zich even echt verbonden met je voelen. Als ze je volle aandacht krijgen, en de ruimte die ze dan hebben om helemaal zichzelf te zijn. Als ze zich echt gezien en begrepen voelen.

We zijn vaak druk. We hebben meerdere rollen, soms meerdere kinderen, werk, huishouden, relaties, telefoons die afleiden en veel (gevoelige) mensen vinden het sowieso al lastig om met volle aandacht in het hier en nu te zijn. Maar kinderen hebben een basis behoefte aan kwaliteitsaandacht en verbinding. Vooral als ze ons soms een hele dag niet zien, naar school of opvang gaan. En vooral als we boos zijn geweest of er iets anders gebeurd is wat spannend voor ze was.

Dan moeten ze even weer opladen met echte aandacht om zich weer veilig en ontspannen te voelen. Dat heeft niks te maken met verwennen. Het is iets wat kinderen nodig hebben om te overleven en om emotioneel gezond op te groeien.

Je hoeft kinderen niet 24 uur per dag je volledige aandacht te geven. Maar er is een minimum hoeveelheid aandacht wat elk kind nodig heeft om zich veilig te voelen en ‘opgeladen’ te zijn. En als ze dat niet voldoende krijgen of voelen, gaan ze er om vragen. Vaak op manieren die wij als ‘minder prettig’ ervaren.

 

3. Gebrek aan autonomie

Kinderen willen graag invloed hebben over hun eigen leven. Een zekere mate van controle uit kunnen oefenen. Autonomie hebben dus.

Het leven van een kind wordt voor een heel groot deel door volwassenen bepaald. Waar ze heen gaan, dat ze naar school moeten, wat ze moeten doen op school, wanneer ze naar bed moeten, etc.

Vooral kinderen met een sterke wil of veel temperament hebben een grote behoefte aan autonomie. En (peuter-) pubers. Alle kinderen hebben dat, maar bij deze kinderen merk je het sneller als ze niet genoeg autonomie ervaren. Bij 2-jarigen en bij pubers is het een belangrijke ontwikkelingsfase om hun eigen invloed te ontdekken en vergroten.

“Nou dan werk ik lekker niet mee”

Als kinderen het gevoel hebben dat ze te weinig invloed hebben, gaan ze hun invloed uitoefenen op momenten waar ze dat maar kunnen. En meestal niet op momenten dat jij er op zit te wachten: Lekker niet eten, lekker niet naar de WC, lekker niet gaan slapen, lekker niet m’n jas aantrekken, lekker niet tandenpoetsen, lekker niet meewerken.

Dát zijn de plekken waar je kind invloed kan uitoefenen. Je kunt een kind niet dwingen te eten, of te slapen of z’n tanden te poetsen. Je kunt er over ‘vechten’ en dreigen en straffen of belonen… maar dat is niet de meest effectieve manier, kost veel energie en voelt niet goed.

 

Zorgen dat de aandacht en autonomie balkjes van je kind opgeladen zijn

Ken je het computerspel ‘The Sims?’ In dat spel heeft elk poppetje een aantal balkjes met verschillende behoeftes. Als de balkjes vol zitten (je sim is uitgerust, heeft genoeg gegeten, voelt zich schoon, etc) dan is je Sim happy en groen. Als de balkjes te ver leeglopen dan worden ze ongelukkig en boos.

Je kind heeft 2 balkjes die heel belangrijk zijn. Als die opgeladen zijn dan is het makkelijk voor je kind om happy en rustig te zijn. Als ze leeg zijn dan wordt je kind overstuur, boos of laat ‘vervelend’ gedrag zien.

Dat zijn de balkjes van aandacht en van autonomie: AA

Het belangrijkste wat je als ouder zelf kunt doen om de situatie te veranderen en om je kind te helpen is door regelmatig de aandacht en autonomie balkjes van je kind even helemaal op te laden. Dan heb je 2 van de 3 oorzaken al te pakken.

Als die balkjes vol zijn hoeft je kind niet op negatieve manieren om aandacht te vragen of invloed en controle te zoeken door niet mee te werken.

Neem elke dag echt even de tijd voor je kind. Één op één. Het mooie is: je hoeft er alleen maar te zijn. Kinderen weten vaak precies wat ze het liefste met hun ouders doen. Er zijn geen magische woorden om je kinderen iets extra’s mee te geven. Jouw volledige, onverdeelde aandacht en aanwezigheid is genoeg om je kind helemaal op te laden. Heb plezier samen en lach. Bijkomend groot voordeel is dat je je er zelf vaak ook gelijk beter door voelt.

Je kunt ook voor het slapen gaan in bed, na het boekje lezen, nog even rustig samen kletsen en een aantal minuten even je volledige aandacht aan je kind geven.

15 minuten per dag special time om de balkjes op te laden

Als je het graag wilt proberen en een richtlijn zoekt is 15 minuten per dag, per kind een goed uitgangspunt. Deze tijd is dan alleen jullie speciale verbindingstijd en samen eten, naar bed brengen, etc, staan daar los van.

Maar het verschilt per kind en situatie. Als je co-ouder bent bijvoorbeeld kunt je ook een half uur doen op dagen dat je je kind ziet. Of als je kind wat ouder is, elke dag een uur in het weekend. Het een kwestie van uitproberen wat je kind precies nodig heeft om opgeladen te zijn en wat lukt in jullie huishouden.

Laat je kind iets kiezen wat het wil doen samen met jou en volg je kind. Dan heb je de behoefte aan aandacht en aan invloed tegelijk. We noemen het hier bonus-tijd. Het betekend dat je mijn volle aandacht hebt en dat we spelen wat jij wil.

Je kind heeft jouw onverdeelde aandacht en mag kiezen wat jullie gaan doen dus voelt ook gelijk invloed en controle

Andere manieren om je kind invloed te geven is het zelf ‘kleine keuzes’ te laten maken afhankelijk van de leeftijd. Welke kleding het aan doet, een keer per week kiezen wat jullie gaan eten – of zelf koken, eventueel met hulp maar onder leiding van je kind, welke route jullie naar school fietsen, welke huishoudelijke klusje je kind doet en wanneer.

Te veel keuze opties kunnen overweldigend zijn voor een kind. Dus het is handig als je bij ‘kleine keuzes’ een aantal opties aanbied. Hoe jonger je kind is, hoe minder opties.

 

Ik geef m’n kind aandacht en opeens wordt hij/zij toch boos???

Nou kan het zijn dat je net lekker een kwartiertje helemaal met je volle aandacht met je kind gespeeld hebt en je kind vervolgens ontzettend boos wordt als je hier weer mee op wilt houden. Het kan zijn dat je kind dan nog niet volledig is ‘opgeladen’, maar het kan ook zijn dat er nog een groot gevoel ergens onder zat wat er graag uit wou. Vooral als je hier net mee begint.

Als je kind zo boos wordt na het samen spelen kun je je misschien gaan afvragen of je het wel ‘goed’ hebt gedaan, of je kind het spelen met jouw wel waardeert en of het wel ‘zin heeft gehad’. Absoluut wel. Je hebt het zelfs zo goed gedaan en zo’n fijne en veilige omgeving gecreëerd voor je kind, dat eindelijk dat grote gevoel eruit komt. Niks persoonlijks. Je kind voelt zich veilig bij jou, dat is een compliment. Soms vervelend en oncomfortabel voor ons, maar wel iets gezonds. Veel gezonder dan opkroppen.

 

Te veel spanning? Naar school?

Gaat je gevoelige, hoogsensitieve of temperamentvolle kind naar school dan is oplaadtijd als jullie elkaar wel zien extra belangrijk. Maar je kind krijgt dan ook meer last van spanning, prikkels en verwachtingen op school. Net zoals bijvoorbeeld op verjaardagen, feestjes of andere drukke activiteiten.

Daardoor kan de spanning toch flink oplopen en problemen en uitdagingen opleveren voor je kind. Jullie speciale oplaadtijd is dan niet altijd genoeg voor je kind om ontspannen en happy te zijn.

Als je je kind daar praktische en effectieve tools voor wilt meegeven dan raad ik het FreeHappyKids-programma van harte aan.

De heldere uitleg-video’s leren je kind (en jou) om beter te begrijpen wat er allemaal gebeurd als je gevoelig bent. Kinderen herkennen zichzelf daarin en voelen zich beter begrepen en gezien. Bovendien ontdekken ze dat het helemaal niet raar is als je gevoelig bent en dat er heel veel gevoelige kinderen zijn.

In 8 modules met elk diverse tools, energie-oefeningen en meditaties help je je kind om helemaal tot rust te komen, spanning los te laten, om te gaan met heftige gevoelens & lastige situaties en groeit het zelfvertrouwen.

Kinderen leren o.a. ook over hun ‘innerlijke stoplicht’ en gaan steeds beter hun eigen gevoelens en spanningslevel herkennen. Ze ontdekken hoe je kunt merken dat spanning oploopt en wat je dan kunt doen. Zodat ze spanning makkelijker los kunnen laten en minder vaak ‘rood’ of in ‘fight or flight-modus’ komen. En dus minder heftige, ongecontroleerde emotionele reacties hebben.

Je kunt er hier alles over lezen.

Gebruik-tips: Je kind helpen de tools met plezier te gebruiken

Welkom bij het FreeHappyKids-programma. Fijn dat je er bent. Hier zijn een aantal tips om je kind te helpen de tools te gebruiken.


Elk kind is anders

Welke oefeningen en meditaties een kind leuk vindt en bij een kind past verschilt. Elk kind is anders. Het is vooral belangrijk dat je kind het leuk vindt.

Een kind wat erg jong, bewegelijk is of snel spanning vasthoudt, kan waarschijnlijk zijn of haar aandacht (nog) niet bij een lange meditatie houden.

Sommige kinderen houden van meer speelse oefeningen, andere dromen heerlijk weg bij een rustige meditatie.

Sommige kinderen vinden het super boeiend om te leren hoe hun gevoelswereld, anderen gaan liever op in de oefening met zo min mogelijk uitleg en achtergrond.
En ook kan dat voor een kind per moment verschillen.

Een kwestie van lekker uitproberen en kijken wat fijn is.

Een goede richtlijn is om de nieuwe tools van de week in ieder geval 2 of 3 keer te doen. Mocht er een tool tussen zitten die gewoon niet zo past bij jouw kind, dan is dat helemaal niet erg en mag je die daarna gewoon overslaan. Of later nog ens proberen.

Er zitten met opzet veel verschillende tools in de cursus die hetzelfde doel hebben. Zodat elk kind zelf kan gaan voelen wat fijn is en werkt voor hem of haar. Of dat juist de afwisseling fijn is.

Uiteindelijk is het veel effectiever als je kind bijvoorbeeld 3 lievelings-tools heeft die het steeds wil gebruiken, met plezier omdat het fijn is, dan als je kind geforceerd alle tools doet.


Samen is leuk

Kinderen vinden het heerlijk om iets samen met een ouder te doen. Dus het is leuk als je de oefeningen of meditaties samen doet. Het is een fijne manier om je connectie weer even op te laden. Dat helpt bijvoorbeeld met in slaap vallen. Of is fijn als je een drukke dag hebt gehad.

Je wordt er zelf ook gelijk weer helemaal rustig en opgeladen van. Of je valt samen in slaap bij een meditatie. Dat overkomt mij nog wel eens 😉

Sommige meditaties en oefeningen zijn speciaal ontwikkeld om samen te doen, als ouder en kind.  Die zijn er opgericht om even extra op te laden samen en jullie verbinding te versterken. Die komen in module 8.

Samen kun je er ook een spelletje of ontdekkingstocht van maken. Jij zoekt er eentje uit en ik zoek er eentje uit en dan gaan we samen ontdekken wat het is en hoe het voelt.


Hoe vaak / wanneer de oefeningen en meditaties doen?

Veel kinderen doen het elke dag voor het slapen gaan. Soms als ze uit school komen en even bij moeten komen. Of als ze er behoefte aan hebben.

Structuur kan prettig zijn. “Voor het slapen mag je nog 2 oefeningen uitzoeken” bijvoorbeeld. Het kan ook afhankelijk zijn van het moment. Vaak zijn kinderen meer ontspannen in vakantieweken en is de behoefte minder dan tijdens drukke weken op school.

Wanneer je kind een paar keer per week 10 minuten de tools doet dan maakt dat al een groot verschil en begin je de voordelen na een tijdje te merken.

Je kunt de oefeningen het beste doen, vooral in het begin, als je kind redelijk rustig of ‘groen’ is. (Groen is een term die we later in de cursus gebruiken voor het innerlijke stoplicht: groen = rustig, oranje = spanning, rood = BOEM. Kort samengevat 😉

Een kind wat te veel in emotie is staat vaak niet open voor watdanook. Sommige gevoelige kinderen kunnen het dan niet eens hebben als je tegen ze praat of ze aanraakt omdat dat gewoon te veel is. Dat is niet het juiste moment 🙂

Maar… als je de oefeningen regelmatig doet op een moment dat het rustig is heeft dat wel een groot positief effect:

Door de oefeningen gaan kinderen nog meer ontspannen, prikkels en spanning loslaten – zodat het er niet op een ander moment uit hoeft te komen (of knallen).

Door regelmatig de oefeningen te doen leert een kind en ook het lichaam om tot rust te komen. Om te zakken. Om los te laten. En hoe vaker je dat doet hoe makkelijker en sneller het gaat, óók als je kind wel ‘oranje’ of ‘rood’ wordt.

Een van mijn leraren zei altijd: Hoe vaker je oefent als het niet uitmaakt, hoe makkelijker het gaat als het wél uitmaakt.

Dus het beste moment om te beginnen is als je kind redelijk ‘groen’ / rustig is. 

En als er eerst nog even wat energie uit moet kun je altijd even stoeien, rennen, springen, wedstrijdje opdrukken of planken (dat vindt mijn zoontje leuk.. mijn armen zijn nog nooit zo sterk geweest 😉


Opstart hulp

Niet alle kinderen zijn in het begin direct enthousiast. Eerlijk gezegd moest ik mijn eigen zoontje bijna omkopen om het te proberen.

Sommige kinderen hebben een erg sterke wil en reageren snel met weerstand als ze zich gepusht voelen.

Hier zijn wat opstart tips daarvoor:

Doe het samen.
Kinderen vinden het altijd fijn om aandacht te krijgen en samen met jou iets te doen.

Doe het als experiment.
Niet als: ‘je moet dit doen want dit is goed voor je’ (voor die boodschap zijn kinderen vaak wat allergisch), maar meer: “He ik heb dit gevonden, het helpt met je rustig en sterk voelen. Ik wil het graag samen met jou uitproberen een paar weken en dan kijken wat we voelen.” 

Laat je kind kiezen welke tools jullie die avond doen.
Kinderen met een sterke wil hebben een grote behoefte aan autonomie. Ze zelf kleine keuzes laten maken helpt vaak. Bijvoorbeeld wil je vanavond een tool uitzoeken of een paar yoga-kaartjes doen? 

Begin Klein
Een tool of korte oefening. Of een paar Yoga-Kaartjes (mini oefeningen), die vind je bij ‘Introductie voor Ouders’ in de cursusomgeving. Het hoeft niet perfect of lang. Voor sommige kinderen duurt het even voordat ze gaan voelen en merken dat het fijn is. 

Sluit aan bij de wereld van je kind
Ik denk dat er weinig kinderen warm worden van: We doen dit want: … ‘dan kun je je beter concentreren op school’ of ‘dan kun je beter slapen en sneller in slaap vallen’ bijvoorbeeld. Zelfs ‘dan voel je je beter’ is voor sommige kinderen een vaag begrip.

Maar… Spiderman moest eerst leren om zich te focussen voordat hij kon slingeren.
In de Drakenprins (aanrader, Netflix) moet de hoofdrolspeler ook leren zijn adem te gebruiken en van binnen tot rust te komen.
Voetballers die penalties nemen doen dat beter als ze zich rustig en sterk van binnen voelen.
Je kunt makkelijker danspasjes onthouden van Tictoc als je je beter kunt concentreren en je lichaam beweegt makkelijker als je spanning los kunt laten.
Je kunt beter gamen en je reactie snelheid is sneller als je lichaam, brein en binnenwereld in balans zijn en je meer rust hebt in jezelf. 
Of onze favoriet: We doen super secret Yedi-training (Star Wars)

En nog een paar tips om achter de hand te hebben:

Je mag 10 minuten langer opblijven.
Dit was de doorslag voor mijn zoontje 🙂
Zijn gewone bedtijd, en dan nog 10 minuten samen in bed oefeningen doen.

Ze zeggen dat een uur mediteren net zo veel rust geeft als 2 uur slapen. Ik heb geen idee of dat klopt. Wat ik wel merk is dat die extra 10 minuten er voor zorgen dat kinderen sneller in slaap vallen en dieper slapen.

En ja, technisch is dat omkopen en niet een opvoed-strategie die ik normaal zou aanbevelen of gebruiken. Maar zoals je misschien gelezen had was mijn zoontje enorm overspannen en overprikkeld – dus het belang was groot, en je kunt kinderen gewoon niet echt dwingen.

Dus dat was wat voor ons hielp in het begin. Al snel werd het een fijne gewoonte en na een tijdje ging hij er zelf om vragen: “He ik kan niet slapen, kunnen we misschien nog zo’n ehh… ontspanningsverhaaltje doen?”

“Je mag ook alleen luisteren”
Als je kind de tools een keer niet wil doen is het natuurlijk sowieso niet erg om een keer over te slaan. Dwingen helpt nooit. Maar wat anders nog kan helpen is zeggen ‘Je mag ook alleen luisteren” en dan samen de tool luisteren op bed. De grap is dat kinderen onbewust toch wel een beetje mee gaan doen en veel dingen meekrijgen.

Zorg dat je kind voldoende autonomie ervaart
Dit lijkt er misschien niks mee te maken te hebben, maar autonomie – het gevoel van invloed en controle over je eigen leven is een van de belangrijkste emotionele behoeftes van kinderen.
Helemaal van kinderen met veel temperament en/of een sterke eigen wil.

Een kind wat niet genoeg autonomie ervaart gaat tegenwerken – zijn invloed uitoefenen door lekker niet mee te werken. ‘Ik doe lekker niet mn jas aan, ik ga lekker niet eten, ik ruim lekker niet mn kamer op.’ Dat is een manier waarop kinderen invloed en controle voelen.

Kinderen die genoeg autonomie; genoeg controle, invloed, vrijheid, ervaren, werken veel makkelijker mee uit zichzelf en gaan niet steeds in de ankers als je iets van ze vraagt. Die hoeven niet in de weerstand te schieten als jij voorstelt wat oefeningen te doen voor het slapen gaan.

Dus is het handiger om op andere momenten, die acceptabel zijn voor jou, je kind invloed te geven. Dat kan bijvoorbeeld door je kind zelf ‘kleine keuzes’ te laten maken.

Je kind laten kiezen wat jullie gaan spelen,
je kind laten kiezen 1x per week wat jullie eten (of zelf koken, al dan niet met hulp),
je kind de route naar school laten kiezen,
je kind zelf kleding uit laten kiezen,
je kind laten kiezen welke klusjes het in huis doet op welke dag,
je kind zelf laten meedenken over oplossingen
…dat zijn zo maar wat voorbeelden ter inspiratie.

En je kunt prima zelf voorwaarden stellen om het voor jou acceptabel te houden.
Jij mag kiezen wat we eten, als er maar iets van groente in zit.
Jij mag kiezen welk klusje in huis en wanneer, als het maar elke week / dag gebeurd.

Het gaat er absoluut niet om dat je je kind overal zijn of haar zin in geeft of alles laat bepalen. Het gaat erom dat je op momenten dat het voor jou prima acceptabel is, je kind ruimte geeft om ook een beetje invloed te hebben op zijn of haar eigen leven. Dan gaat meewerken op andere momenten een stuk makkelijker.